15 april 2010
Het aftappen van de internetverbinding van burgers is voor opsporingsinstanties geen sinecure. Wie de juiste diensten inzet voor communicatie kan zich grotendeels aan de opsporing onttrekken. Deskundigen van Stratix Consultancy schreven op verzoek van Economische Zaken het rapport 'Grenzen aan de aftapbaarheid ?' Zij komen tot de conclusie dat het afluisteren onvoldoende is en dat het niet mogelijk is alle communicatie af te tappen. Het grootste probleem is dataverslueteling; gegevens zijn dus niet te interpreteren. Op zich is het mogelijk om e-mail bij de provider te tappen, maar internetters gebruiken steeds vaker webmaildiensten. In dat geval heeft de dienstverlener een server in Nederland om af te tappen. Vaak is dat niet zo. Berichten kunnen ook via diensten als Twitter, Hyves, Facebook of Linked-In uitgewisseld worden. Volgens de onderzoekers is het afluisteren van mobiele en traditionele telefonie goed geregeld. Datzelfde geldt voor internetbellen via telefonie- of internetproviders. Minder rooskleurig voor de opsporing is losse internettelefonie, die vaak vanuit het buitenland aangeboden worden. Veel diensten, zoals Skype, versleutelen het gesprek standaard van begin tot eind. Afluisteren is dan heel lastig.
