Toegankelijk

Volgens McKinsey besteedde iedere werknemer in 2013 gemiddeld 9½ uur per week aan het zoeken en verzamelen van informatie, ongeacht de informatietechnologie die wordt gebruikt. Op iedere vijf personeelsleden is er dus een die alleen bezig is met zoeken naar informatie! Het wijst op de grootste uitdaging van de ‘information age’: het toegankelijk houden van een steeds grotere hoeveelheid informatie.

Dat is ingewikkeld.

Vooral omdat toegankelijkheid moet worden gerealiseerd ongeacht vorm, plaats, taal, technologie, handicap of capaciteiten!

Vijf voorwaarden moeten worden ingevuld.

Allereerst is er de (informatie-infrastructurele) voorwaarde van vindbaarheid. Waar is de informatie? Op welke webpage staat het, in welke map of database ‘zit’ het? Welke (analoge of digitale) repository bevat de informatie? Hoe is het ontsloten? Welke zoekmachine is het meest geschikt?

Als een gebruiker weet waar de gezochte informatie is, komt de tweede voorwaarde in het spel: beschikbaarheid. Weten waar de informatie is, wil nog niet zeggen dat die informatie ook beschikbaar is. Paywalls of handicaps kunnen de beschikbaarheid verhinderen, er kunnen embargo’s, wetten of vertrouwelijkheden zijn, de technologie is niet (meer) aanwezig om de media te lezen waarop de informatie is vastgelegd.

Is de informatie vindbaar en beschikbaar, dan kan de derde voorwaarde gerealiseerd worden: toegankelijkheid. Dat betekent dat de informatie gezien kan worden, gevoeld, gehoord, geroken en/of geproefd, ongeacht handicaps van de gebruikers. De gebruiker heeft mogelijkheden om die informatie te ‘lezen’ en te gebruiken, mits ‘assistive technologies’ beschikbaar zijn om gebruikers te laten zien, voelen, horen, ruiken of proeven.

Vindbaarheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid zijn nutteloos als de informatie niet wordt begrepen. De vierde voorwaarde is begrijpelijkheid. Als het gesteld is in een taal die de gebruiker niet beheerst (Chinees?), of in moeilijk jargon (‘legalese’?), of in een moeilijk leesbaar schrift (‘paleografie’?), of ….. Iets begrijpen vergt hulpmiddelen (vertaalsoftware, e.d.), maar vooral kennis en vaardigheden bij de gebruiker. ‘Information literacy’, dus.

De vijfde voorwaarde van toegankelijkheid is contextualiteit. De gebruiker moet kunnen achterhalen in welke context de informatie ontstaan en beheerd is, zodat de betrouwbaarheid van die informatie bepaald kan worden. Het kunnen interpreteren van de contextaliteit geeft de gebruiker de mogelijkheid de omstandigheden waarin de informatie ontstaan, bewerkt, gebruikt en beheerd is te reconstrueren en de oorspronkelijke informatiewaarde te bepalen. Deze vijfde voorwaarde is het meest complex, omdat context slechts beperkt kan worden vastgelegd in metadata.

Gebruikers van informatie zijn afhankelijk van de beschrijvende capaciteiten van de oorspronkelijke gebruikers en beheerders.

In de meeste organisaties gaat het al fout met de vindbaarheid. Anders kostte het zoeken naar informatie niet zo veel tijd…

Voor de eerste keer gepubliceerd in IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2015, nr. 9, p. 38.

Share This:

Digital Vellum: Vint Cerf at Università Telematica Internazionale UNINETTUNO, 2014.

Een ICT grootheid horen spreken over Digital Preservation en het belang van het behouden van informatie? Kijk en luister naar deze voordracht van Google’s Chief Internet Evangelist Vint Cerf (een van de mede-uitvinders van het Internet) over zijn (en Google’s) Digital Vellum.

Een interessante voordracht. In plm. 15 minuten loodst deze techneut je door het probleem van digitale duurzaamheid.

Digitale Duurzaamheid is ‘ineens’ op de agenda gezet. Dat gebeurt pas als een erkende ICT grootheid (wat Cerf onmiskenbaar is!) het als een probleem definieert.

Ongeacht de wetenschappers en archivarissen die er zich al druk over gemaakt hebben! En als het echt op de agenda staat, komen we steeds dichter bij een ‘oplossing’.

Share This:

Digitaal Geheugenverlies

De VPRO-documentaire Digitaal Geheugenverlies concentreert zich op de duurzaamheid van moderne artefacten zonder een materiële vorm. Een documentaire die inzicht biedt in de rol van de archivaris voor het in stand houden van informatie ‘door de eeuwen en eeuwen’. De film waarschuwt voor de gevolgen van maatschappelijk geheugenverlies. Een van de aanleidingen voor de film was de onbegrijpelijke beslissing van de Nederlandse overheid om de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen zonder slag of stoot ‘weg te bezuinigen’, zonder voor rede vatbaar te zijn.

Deze video kan alleen bekeken worden via de site van de VPRO via deze link:

Digitaal Geheugenverlies

Share This:

Menselijk

Archivarissen en bibliothecarissen zijn vol van digitale duurzaamheid. Ze hebben het over een ‘Digital Dark Age’ en over de technologie die dat veroorzaakt en moet oplossen. De aandacht voor het voortbestaan van informatie is terecht, zeker voor wat betreft het dynamische Internet. Het web is immers voor het ‘nu’. Een gemiddelde webpagina verdwijnt volgens schattingen na 100 dagen.

Juist dat dynamische karakter van het web schept uitdagingen. Websites en –pagina’s kunnen onzichtbaar worden zonder dat ze door bijvoorbeeld de Wayback Machine zijn vastgelegd. De belangrijkste reden is verwaarlozing door de eigenaren, waaronder het niet verlengen van domeinregistraties, het veranderen van URL’s, het niet maken van backups, het niet betalen van de webhosters of het wissen of overschrijven van bestanden.

Concurrentie tussen webgiganten als Google, Microsoft en Yahoo! leidt tot agressieve verwerving van populaire webdiensten, die dan worden verlaten, opgeheven of opgenomen in grotere platforms, met het onzichtbaar worden van webcontent als gevolg. Het niet hebben van backups blijkt dan funest. Webarchiveringsdiensten, zoals The Internet Archive, kunnen door de rechter verplicht worden om websites, -pagina’s of content te verwijderen. Onzichtbaar worden heeft veelal niets te maken met technologie.

Datzelfde geldt voor hyperlinks, die door het onzichtbaar worden van webpagina’s nutteloos worden. Bij ‘link rot’ kan de hyperlink de betreffende webpagina niet meer vinden, bij ‘reference rot’ is de (nog steeds zichtbare) webpagina gewijzigd. In een analyse uit 2014 van de Chesapeake Digital Preservation Group blijkt dat 51% van de URL’s vanaf 2007 niet meer beschikbaar is. Meer dan 70% van de URL’s in drie juridische tijdschrifen van Harvard lijdt aan ‘reference rot’. Het is te vermijden, zonder afhankelijk te zijn van de website waarnaar de link verwijst: archiveer de bron waarnaar de link verwijst bij bijvoorbeeld WebCite.org of zorg voor een Digital Object Identifier. De content is dan met een unieke sleutel altijd terugvindbaar.

Als een website of webpagina verdwijnt betekent dat niet dat alle content verdwenen is. In bijna alle gevallen bestaat die nog steeds binnen de infrastructuur van de website-eigenaar, maar is de toegankelijkheid via het web verdwenen. Dat wil niet zeggen dat informatie niet daadwerkelijk kan ‘verdwijnen’. Dat heeft meestal niets te maken met de beperkte duurzaamheid van de technologie. Data Recovery heeft zich dusdanig ontwikkeld, dat bijna alles reconstrueerbaar is, al kost dat (erg) veel geld. David Rosenthal, van Stanford University, stelt dat de reden voor het verdwijnen van informatie niet primair technologisch is, maar vooral te maken heeft met menselijke fouten, afwegingen en handelingen.

Die menselijke factor wordt nooit benoemd in discussie over duurzaamheid. Het wordt tijd dat die discussie niet alleen gaat over technologie, maar ook over de rol van de professional. Duurzaamheid is een menselijk fenomeen.

Voor de eerste keer gepubliceerd in IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2015, nr. 8, p. 25.

Herdrukt in: W. Bronsgeest, M. Wesseling, E. de Vries, R. Maes, Informatieprofessional 3.0. Strategische vaardigheden die u connected houden (Amsterdam: Adfo Books, 2017), pp. 222-223.

Share This:

Embedding Privacy in ICT Architectures

Van 23 – 26 oktober 2015 vond in Amsterdam de Amsterdam Privacy Conference plaats, georganiseerd door het Amsterdam Platform for Privacy Research (APPR). Dit is een samenwerkingsverband van privacy onderzoekers binnen de Universiteit van Amsterdam vanuit verschillende achtergronden en disciplines. De conferentie werd uitzonderlijk druk bezocht door rechtswetenschappers, privacy-juristen, informatici, politicologen, cryptologen, e.d. ‘from all around the world’. Samen met John van der Pas (Saxion Hogeschool) presenteerde ik daar een paper waarin we de stelling verkondigen dat de privacy van een burger (en zeker in het Big Data tijdvak!) alleen beschermd kan worden wanneer zijn belang op privacy en de bescherming van zijn persoonsgegevens meegenomen wordt in de ontwikkeling van soft- en hardware-architecturen. We beginnen deze paper als volgt:

“According to Johnson & Grandison (2007), failure to safeguard privacy of users of services provided by private and governmental organisations, leaves individuals with the risk of exposure to a number of undesirable effects of information processing. Loss of control over information about a person may lead to fraud, identity theft, reputation damage, and may cause psychosocial consequences ranging from mild irritation, unease, social exclusion, physical harm or even, in extreme cases, death. Although pooh-poohed upon by some opinion leaders from search engine and ICT industries for over a decade (Sprenger, 1999; Esguerra, 2009), the debate in the wake of events like the tragic case of Amanda Todd could be interpreted as supporting a case for proper attention to citizens’ privacy. Truth be told, for a balanced discussion on privacy in the age of Facebook one should not turn towards the social media environment that seems to hail any new development in big data analysis and profiling-based marketing as a breathtaking innovation. If the myopic view of technology pundits is put aside, a remarkably lively debate on privacy and related issues may be discerned in both media and scientific communities alike. A quick keyword search on ‘privacy’, limited to the years 2000-2015, yields huge numbers of publications: Worldcat lists 19,240; Sciencedirect 52,566, IEEE explore 71,684 and Google scholar a staggering 1,880,000. This makes clear that privacy is still a concept considered relevant by both the general public and academic and professional audiences. Quite impressive for a subject area that has been declared ‘dead’”.

Citatie: J. van de Pas, G.J. van Bussel, ‘Embedding Privacy in ICT Architectures. The citizen as public stakeholder in architecture development’, B. van der Sloot (red.), Proceedings of the Amsterdam Privacy Conference (21-26 October 2015), Amsterdam (Amsterdam: APPR, 2015), 14 pages, incl. references (only available on USB). PDF

Share This:

Quantum computers in a nutshell

Een korte film (half uur) over het ontstaan en de mogelijkheden van de quantumcomputer. Een interessante blik op een ontwikkeling die steeds meer de toekomst van informatietechnologie gaat bepalen. Voor leken begrijpbaar en zeer aanbevolen om op de hoogte te raken van de voordelen van deze vorm van computers.

Share This:

Vereisten voor een infrastructuur voor Digital preservation

Nog steeds actueel:
Key Organizational-Infrastructure Requirements for Preservation Programs
(uit: Preservation in the Age of Large-Scale Digitization. A White Paper, by Oya Y. Rieger.
Februari 2008.

Key organizational-infrastructure requirements

Share This:

The Smart City

De voorspelling is dat in 2050 90 % van de bevolking wereldwijd in steden woont. Hoe houden we die steden leefbaar? Hoe zal die stad eruit zien? Ik heb hieronder twee video’s opgenomen over datgene wat ons te wachten staat, en hoe steden ‘slimmer’ worden.

De eerste video is een Australische aflevering van het programma Catalyst, waarin reporter Anja Taylor een aantal innovatieve ideeën onderzoekt om onze toekomstige steden te verbeteren. De film dateert uit 2014.

De tweede video is een samenstelling van drie afzonderlijke films over de het slimmer worden van brandstof, auto’s en gebouwen in 2050. Welke slimme technologie moeten we toepassen om de wereld leefbaar te houden? Welke rol speelt ‘smart technology’?

De tweede video was in 2018 niet meer beschikbaar.

Share This:

Compliance-fabriek

Afgelopen weken las ik Ger Biesta’s boek Het prachtige risico van onderwijs en Alderik Vissers artikel Marktfilosofie en onderwijsutopie. Beide onderwijsfilosofen maken ‘gehakt’ van de huidige onderwijspolitiek. Marktdenken leidde tot schaalvergroting, autonomie, outputfinanciering, prestatiebeurzen en -rankings. Marktdenken, bestuurlijke vrijheid en publieke verantwoording onderwierpen het onderwijs aan de ‘tucht’ van de markt, ‘maakbaar’ en ‘meetbaar’….

Onderwijs werd geprotocolleerd, van procedures voorzien, uitgerust met kwaliteitseisen, meetfactoren en benchmarks. Het werd omgezet in kwantificeerbare grootheden om de impact van onderwijs te meten. Docenten controleren en zijn ‘begeleider van een leerproces’. Onderwijskundigen, pedagogen, didactici en andere specialisten schrijven voor hoe het onderwijs moet worden verzorgd en bedenken daarvoor (u raadt het al) protocollen, formulieren, richtlijnen, procedures, beoordelingsformulieren en checklists. Onderwijsinstellingen zijn bureaucratische fabrieken, met talloze regels en protocollen, die op het bord worden gelegd van de arbeiders die het proces uitvoeren. De docenten dus.

Die klagen over regels, die hun werktijd belagen met administratie, informatieverwerking en ‘archivering’ in organisatiebrede, onduidelijk ontworpen informatiesystemen. Niet om het onderwijsproces te ondersteunen, maar om interne efficiency en compliance te bereiken. Compliance is het voldoen aan opgelegde regels en dat kunnen aantonen. Dit alles waarborgt de ‘kwaliteit’ van het onderwijs. Systeemkwaliteit, wel te verstaan, want die wordt continue getoetst in accreditatie-, opleidings- en instellingstoetsen. Talloze statistieken worden gemaakt, vaak met data die op onbetrouwbare wijze verzameld en beheerd zijn. Archiveringssystemen waarmee datakwaliteit gewaarborgd wordt, bestaan niet in onderwijsorganisaties. Het systeem legt nadruk op efficiency van de eigen processen, kosten en regelnaleving. Er wordt nauwelijks gelet op de effectiviteit van het onderwijs.

In politieke kringen zal Mintzberg’s The structuring of organizations niet onbekend zijn. Mintzberg schetste een aantal organisatieconfiguraties, elk met een andere bestuurs- en leiderschapsstijl. Onderwijsorganisaties zijn professionele organisaties, met hoogopgeleide werknemers, die veel zelfstandigheid in hun werk nodig hebben. Onderwijsorganisaties worden echter bestuurd en getoetst als machinebureaucratieën, strak geprotocolleerd, zonder ruimte voor onafhankelijkheid en zelfstandigheid. ‘Politiek Den Haag’ wenst immers maakbaarheid en meetbaarheid. ‘A recipe for disaster’.

Biesta en Visser geven aan hoe het anders zou kunnen: inhoudelijker, persoonlijker en met meer nadruk op individuele leerprocessen van studenten zelf. De student en het individuele leerproces centraal. Kleinere, op effectief onderwijs gerichte onderwijsorganisaties.

Een compliance-fabriek draagt niet bij aan de kwaliteit en de effectiviteit van het onderwijs. Helaas.

Voor de eerste keer gepubliceerd in IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2015, nr. 7, p. 29.

Share This:

Backbone of the Internet? Facebook’s and Google’s datacenters

Google en Facebook zijn twee Internet-giganten, die ongelooflijke hoeveelheden data verwerken en miljoenen interacties per dag verwerken. Vandaag twee filmpjes over de datacenters die daarvoor nodig zijn. Ze zijn niet zo lang, maar geven wel een goed beeld van de opslag- en verwerkingskracht die nodig is om als search- en social media site succes te kunnen hebben. Beide bedrijven hebben datacenters verspreid over de gehele wereld. Samen met datacenters van andere giganten (denk Amazon, Microsoft, Twitter) vormen deze datacenters ’the backbone of the Internet’.

De video over Facebook is op 31 juli 2025 gewijzigd.

Voor Google:

Voor Facebook:

Share This:

Over Cloud en Big Data – artikel in META

In META. Tijdschrift voor Bibliotheek en Archief, 2015, nr. 4, blz. 32-35, verscheen mijn artikel ‘Over Cloud en Big Data. Uitdagingen en onontkoombaarheid’. Het is als PDF te downloaden.
 
Ik sluit dat artikel af met de volgende bespiegeling: 
 
“Cloud computing wordt in tijden van bezuiniging vooral gezien als een mogelijke en interessante automatiseringsoptie, ook in bibliotheken, musea en archieven. Het concept biedt vele mogelijkheden om kosten te besparen en tegelijkertijd kwaliteit en performance te verhogen. Uiteraard kunnen die laatste twee alleen indien de hiervoor aangegeven uitdagingen en juridische complicaties kunnen worden ondervangen. Veel organisaties zijn echter vooral gecharmeerd door de kostenverminderingen die kunnen worden gerealiseerd en de mogelijkheden om de eigen, complexe informatie infrastructuren af te bouwen. Ze zijn zich niet echt bewust van de potentiële problematiek, die cloud computing en Big Data met zich meebrengen. Juist die uitdagingen en complicaties echter oefenen rechtstreeks invloed uit op de performance van bedrijfsprocessen en zijn niet zomaar te ondervangen. Dat vergt nogal wat, waardoor het van belang is de organisatorische risico’s goed in kaart te brengen en af te wegen.”
 
Citatie: G.J. van Bussel, ‘Over Cloud en Big Data, Uitdagingen en onontkoombaarheid’, META. Tijdschrift voor Biblotheek en Archief, 2015, nr. 4, pp. 32-35.

Share This:

Cost of Inaction Calculator

De Cost of Inaction Calculator is een model dat in 2014 gepresenteerd is door de University of Indiana. Het is een model dat gebruikt kan worden in de consterverings- en preservaringsactiviteiten van cultureel-historische instellingen.
Bekijk de website hier.

 
Bekijk een webcast over het waarom van dit model hieronder:
 

Share This:

Falling Though the Cracks: Digital Preservation and Institutional Failures

Een video van de presentatie van Jerome McDonough, een associate professor Library and Information Studies aan de University of Illinois. In december 2014 hield McDonough een presentatie bij een seminar van de Coalition for Networked Information over Digital Preservation en de rol van de huidige instellingen als beheerders van cultureel historisch erfgoed. De presentatie wordt als volgt aangekondigd:
 
“Existing digital preservation efforts typically occur within the institutional contexts of libraries, archives, and museums, and focus on materials held to serve a given institution’s designated community. While there has been significant work over the last two decades on methods, models and best practices for digital preservation, as a community, we have paid less attention to the issue of whether our institutions themselves are designed in a way which facilitates long-term access to cultural heritage materials. This talk will identify ways in which the larger institutional structures within which preservation activities occur impede the preservation of cultural materials”.

De presentatie begint intrigerend en erg yummi met een intro over de Japanse keuken….
 
Wat dat met het verhaal te maken heeft wordt duidelijk, maar er zijn een minuut of zeven nodig voordat het verhaal echt op gang komt.

Share This:

Infographic: Do you need a new logo?

A little bit of humour!
 
cool-graphic-design-infographics-03

Share This:

Infographic: A history of learning (and mobile technology)

Een infographic waarin de ontwikkeling van educatieve technologie gedurende de geschiedenis uit de doeken wordt gedaan. Met grote sprongen gauw thuis, maar dat is uiteraard een karaktertrek van een infographic. Deze visualisatie is er vooral op gericht te laten zien hoe technologie (en vooral mobiele technologie) een rol speelt in de mogelijkheden van mensen om informatie te verwerken en te leren. Een interessante weergave, waar nog heel veel meer over te zeggen is!
 
a-history-of-learning-a-history-of-mobile-technology_5272657169188_w1500

Share This:

Into the Cloud

James Glanz van The New York Times en Ken Brill, oprichter van het Uptime Institute en een specialist in Datacenters en Cloud Computing bezoeken een datacenter en laten zien wat er nodig is om die continue in bedrijf te houden. Een zeer instructieve video van de New York Times, die hier te zien is.

De video is zeer aan te bevelen. Het maakt duidelijk wat er allemaal nodig is voor het in stand houden van bijvoorbeeld het World Wide Web. Cloud is een mooi woord, maar uiteindelijk is er natuurlijk een robuuste fysieke infrastructuur nodig, die een enorme aanslag doet op de jaarlijkse energieproductie!

Voor een overzicht van de uitdagingen waarvoor Digital Archiving gesteld wordt, zie een overzicht van artikelen, boeken en video’s bij Group47.

Share This:

Publicaties in Electronic Journal of Information Systems Evaluation

In Electronic Journal of Information Systems Evaluation, Vol. 18 (2015), nr. 2, pp. 187-198 en 199-209 (let op: afwijkende paginanummering in bijgevoegde PDFs!) verschenen twee papers van mijn (gedeelde) hand. Deze papers zijn bewerkingen van twee conferentiepapers uit 2014, gepresenteerd bij de European Conference on Information Systems Management Evaluation (Gent). Deze beide conferentiepapers zijn ook op deze site gepubliceerd. In EJISE zijn aanzienlijk uitgebreide en gewijzigde versies van deze papers gepubliceerd. De papers zijn door de redacteuren geselecteerd uit alle bijdragen voor de ECIME conferentie en zijn in hun gewijzigde vorm opnieuw door een double-blind peer review gegaan, net als de conferentiepapers eerder. Voor de papers en hun citatie zie:
 
J. van de Pas, G.J. van Bussel, ‘Privacy lost – and found? The information value chain as a model to meet citizens’ concerns’, Electronic Journal of Information Systems Evaluation, vol. 18 (2015), nr. 2, pp. 199-209 (PDF).
 
G.J. van Bussel, N. Smit, J. van de Pas, ‘Digital Archiving, Green IT and Environment. Deleting data to manage critical effects of the Data Deluge’, Electronic Journal of Information Systems Evaluation, vol 18 (2015), nr. 2, pp. 187-198 (PDF)
 
Het volledige nummer van EJISE is hier te raadplegen.

Share This:

Disembodying the past to preserve it

Een video van de presentatie van Digital Media Strategist Sarah Werner tijdens de conferentie Digital Preservation 2013 over de ‘mutual concerns of digitizing and preserving cultural heritage’. Een interessant verhaal met heldere en veelzeggende voorbeelden. Een transcriptie van haar verhaal is te lezen (in een onopgemaakt tekstbestand) via de site van de Library of Congress, hier.
 

Share This:

Informatiegedreven?

In januari voerde de Technische Universiteit Twente een onderzoek uit naar de wijze waarop de Amsterdamse burgers het liefst zouden communiceren met hun gemeente. Uit dat onderzoek bleek dat (ook de Internet-vaardige) burgers gebruik wensen te maken van kanalen waar persoonlijk contact domineert. De balie wordt het meest genoemd als communicatiekanaal (36%), gevolgd door de website (28%) en de telefoon (26%). Mobiele communicatiekanalen worden vrijwel niet gebruikt. De onderzoekers constateren dat er geen enkele aanleiding is om aan te nemen dat burgers de komende jaren massaal op het digitale communicatiekanaal zullen overstappen.

De overheid wil graag digitale dienstverlening: het verbetert de relatie met de burgers en de efficiëntie voor beide partij­en verbetert aanzienlijk. Tenminste: dat denkt ‘men’. Digitale Overheid 2017 is geba­seerd op deze verwachting. Het Amsterdamse onderzoek is dan ook geen goed nieuws voor de ambiti­euze bedenksels van de instigator van dit mega-project, onze minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk.

Burgers willen graag maatwerk en kleinschaligheid. Dit moet samen gaan met werken in grotere samenwerkingsverban­den, waar overheden steeds meer in participeren. Dit verwacht andere wijzen van werken, ver doorgevoerde digitalisering binnen de organisaties zelf en optimale toegankelijkheid van informatie. 80% van de gemeenten heeft de digitale informatie­huishouding niet op orde. Dos­siers zijn niet vindbaar, beschikbaar en toegankelijk. En dat terwijl gemeenten zichzelf beschouwen als informatiegedreven organisaties!

De digitaliseringsmachine hapert al jaren. Parlementaire rapporten over falende ICT en mislukte ICT projecten (zoals dat van Elias) maken duidelijk dat de overheid haar regierol op ICT niet waarmaakt. Lokale overheden krij­gen nieuwe taken, maar ook een Haagse ICT-erfenis. De kans is groot dat gemeenten hun ICT nog minder dan nu kunnen overzien, aansturen en betalen, met als gevolg bezuinigingen, belastingverhogingen en (nog) meer fouten. Informatie wordt nog onbetrouw­baarder, waardoor het afleggen van verantwoor­ding zo goed als onmogelijk wordt. En dat terwijl (volgens de Nationale Ombudsman in 2013) slechts elf procent van de bevolking vertrouwen heeft in de manier waarop de overheid nu met informatie omgaat!

De Nationale Ombudsman heeft ook gewaarschuwd dat de digitale vaardigheden van vele burgers onvoldoende zijn om een primair digitaal communicatiekanaal te hanteren. Volgens de OECD Skills Outlook 2013 beschikt een aanzienlijke minderheid van de Nederlandse burgers over onvoldoende digitale geletterdheid om de weg te vinden in de vaak moeilijk toegankelijke overheidssites, die vaak weinig begrijpelijk en onvoldoende contextueel van opzet zijn. Tussen twaalf en vijftien procent van de Nederlandse bevolking heeft een lager lees- en schrijfvermogen dan de basisscholen als eindniveau zien. ‘Jip-en-Janneke-taal’ klinkt als term denigrerend, maar is voor een groep Nederlandse burgers een noodzaak om enig begrip te verwerven van wat de overheid wil.

Informatiegedreven overheid?

Misschien is een burgergedreven overheid beter, waarbij communicatie belangrijk is en niet het kanaal…

Voor de eerste keer gepubliceerd in IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2015, nr. 6, p. 27

Share This:

Statistieken behoudsactiviteiten over 2013 in bibliotheken

Het doel van de Preservation Statistics Survey is om de status quo van de preserveringsactiviteiten binnen bibliotheken via kwantitatieve data vast te leggen, zodat er vergelijking mogelijk wordt en veranderingen kunnen worden getraceerd binnen het preserverings- en conserveringsdomein. Hieronder staat een infographic van de resultaten van dit onderzoek over 2013. Opvallend is dat het bedrag dat in bibliotheken besteed wordt aan duurzaamheidsactiviteiten daalt. In 2013 was dit 2,73% van het totale budget tegen 3,2% in 1988. Voor de rapporten van deze survey over 2013 en 2014 (waarvan (zover ik weet) geen infographic beschikbaar is!) klik hier.
 
fy2013-infographic-lo1

Share This: