Categoriearchief: Archieven

Parlementaire stukken online vanaf 1814

19 januari 2010

Sinds begin deze week zijn alle stukken van de Eerste en Tweede Kamer uit de 20e eeuw online toegankelijk. Aan de al gedigitaliseerde collectie van www.statengeneraaldigitaal.nl zijn nu ook de Handelingen, Bijlagen en Aanhangsels van de vergaderjaren 1900-1901 tot 1917 toegevoegd. Hiermee is een belangrijke bron voor onderzoek en wetenschap vanaf de 20e eeuw in zijn geheel toegankelijk en full-text doorzoekbaar. Het materiaal uit de periode 1814-1900 wordt in de loop van dit jaar online gezet. De website www.statengeneraaldigitaal.nl is een samenwerking van de Tweede Kamer en de Koninklijke Bibliotheek (KB). Het doel is om de complete set Handelingen uit de periode 1814-1995 door microverfilming te behouden voor het nageslacht en door digitalisering voor iedereen gratis toegankelijk te maken op het internet. De Handelingen vanaf 1995 worden gepubliceerd via het systeem Parlando en de website www.overheid.nl.

Lees verder

Share This:

Op zoek naar de herinnering. Verantwoordingssystemen, content-intensieve organisaties en performance

7 december 2009

In dit boek introduceren wij de content-intensieve organisatie, een organisatie die content-intensieve bedrijfsprocessen uitvoert. Dit zijn bedrijfsprocessen waar de in-, through- en output als content is te benoemen. Content uit zich in documenten en archiefdocumenten. De creatie van deze uitingsvormen van content vindt plaats in (massale) repeterende processen. Wij constateren op basis van praktijkcases dat kwaliteit, context en infrastructuur van content cruciaal zijn voor performance. Vanwege die nauwe band tussen content en performance zijn het managen en coördineren van content essentieel voor iedere content-intensieve organisatie.

Het boek is in een paperback editie beschikbaar, xxiv + 473 blz., genaaid gebrocheerd, 17 x 24 cm., 90 grams HVO papier, glanzend gelamineerde kaft, met stellingen.

Het boek kost € 49,90 (exclusief verzendkosten) en is te bestellen via:

bestelformulier.doc

bestelformulier.odt

Dit boek richt zich op de verantwoordingsfunctie in content-intensieve organisaties en de rol die content (documenten en archiefdocumenten) daarin vervult. Het bevat een weergave van het onderzoek in hoeverre de performance van bedrijfsprocessen binnen dergelijke organisaties, zowel in doel- als in rechtmatigheid, kan worden verbeterd. Dit kan door het optimaliseren van de content value chain, de processen die de kwaliteit van content waarborgen. Het afleggen van verantwoording aan legitieme fora (de overheid, de aandeelhouders, de rechterlijke macht, de maatschappij), ongeacht het moment in de tijd, een belangrijke prestatiedoelstelling is voor content-intensieve organisaties.  Daarvoor is de kwaliteit, de beschikbaarheid en de begrijpelijkheid van content, essentieel. In het boek wordt een model van een verantwoordingssysteem ontwikkeld waarmee de kwaliteit, de context, de beveiliging, de logistiek en het behoud van content kan worden benaderd. Toepassing van het model leidt er toe dat content gebruikt kan worden om de rechtmatigheid van het handelen van content-intensieve organisaties aan te tonen en om de doelmatigheid van de bedrijfsprocessen te verbeteren. Het verantwoordingssysteem uit zich in een model van een metadataschema, de culmnatie van een vergelijkend onderzoek naar de tot op dit moment ontwikkelde metadatamodellen, de metadata horende bij de ‘content value chain’ en de principes die ten grondslag liggen aan het verantwoordingsysteemn: ‘provenance’, ‘context’ en ‘quality’. Met deze studie wordt een stevige basis voor de implementatie van Enterprise Content Management in content-intensieve organisaties gelegd. Daarnaast wordt het voor deze organisaties mogelijk verantwoording af te leggen en compliance (de aantoonbaarheid van het naleven van de bestaande wet- en regelgeving) te realiseren.

Geert-Jan van Bussel

Ferdinand Ector

Lees verder

Share This:

De digitale evolutie. De Archiefschool als ‘bewustmaker’

10 december 2008

De Archiefschool heeft geen enkele invloed op de digitale evolutie. Maar met de toename van de informatievloed en het steeds belangrijker worden van (wat de marktpartijen noemen) ‘storage and retrieval’, ‘archiving’, ‘data retention’ en ‘eDiscovery’ wordt duidelijk dat gedachtengoed van de Archiefschool (kennis van de archiveringsprocessen) een enorme rol kan spelen in de ‘content value chain’ van procesgebonden informatie. En wat heeft de Archiefschool tot nu toe in het kader van die digitale evolutie bereikt ? Een van de belangrijkste aspecten is bewustwording. Al vanaf het midden van de jaren ’90 legt de Archiefschool in talrijke publicaties nadruk op het ‘record keeping system’, op ‘record management applications’ en archiveringsprocessen. De term ‘procesgebonden informatie’ geeft als geen ander aan dat archiveringsprocessen zich in bestaande organisaties richten op de ‘content value chain’ van in bewerking zijnde informatie. Zowel in het onderwijs als de onderzoeksactiviteiten van de Archiefschool werd tot uitdrukking gebracht dat de archiveringsprocessen starten in de bedrijfsprocessen van een organisatie, dat archiefbeheer niet aan de achterkant, maar aan de voorkant van een organisatie stond. De bewustwording van die idee binnen archiefvormende organisatie is grotendeels te danken aan het gedachtengoed dat binnen de Archiefschool werd uitgedragen. Geert-Jan van Bussel beschrijft in een artikel in het Nederlands Archievenblad (nr. 10, 2008) de rol die de Archiefschool gespeeld heeft in de evolutie die digitale technologie heeft gespeeld, daar waar het gaat om die aspecten die de archivering van informatie raken. De hier opgenomen publicatie is een uitgebreidere versie dan die in het Nederlands Archievenblad werd gepubliceerd.

Lees verder

Share This:

Digitaal archiveren en kerkelijke archieven

12 juni 2008

Het Archief- en Documentatiecentrum (ADC) in Kampen heeft een voorlichtende taak ten aanzien van archiefvormers en archiefbeheerders in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) op het terrein van archiefbeheer. Op vragen rond het archiveren van digitale archiefdocumenten is de beantwoording in het standaarddocument, de Richtlijnen voor kerkelijk archiefbeheer, bestemd voor archiefvormers en archiefbeheerders in kerkelijke gemeenten, niet bij de tijd. Archiefvormers wordt geadviseerd digitale documenten te printen en vervolgens te bewaren. In mijn onderzoek ben ik nagegaan welke mogelijkheden archiefvormers en archiefbeheerders ter beschikking staan voor het beheren van digitale archiefdocumenten. Door de beperkte grootte van de meeste kerkelijke gemeenten lijkt een investering in grote informatiesystemen niet opportuun. Daarom beveel ik het ADC aan om te onderzoeken of er gecentraliseerd kan worden gewerkt met een informatiesysteem. Daarnaast geef ik een advies aan het ADC om de Richtlijnen aan te passen op korte termijn en daarin een paragraaf over digitaal archiveren op te nemen. Ik stel voor om digitaal aangeleverde archiefdocumenten digitaal op te slaan – volgens een bepaalde structuur – op de computer van de archiefvormer. De archiefvormer zorgt voor frequente overbrenging van digitale archiefdocumenten naar de archiefbeheerder die in dezelfde structuur werkt. De archiefbeheerder en de archiefvormer maken samen goede afspraken en zorgen voor geregeld overleg over ontwikkelingen en gewaarborgde toegankelijkheid. Marien Geelhoed studeerde af aan de Hogeschool van Amsterdam met deze hoog gewaardeerde scriptie.
Lees verder

Share This:

Het Nederlandse archiefbestel in ontwikkeling. Randvoorwaarden voor een nieuw bestel

10 juni 2008

Het Nederlandse archiefbestel is al een aantal jaren in beweging, maar niemand weet echt waarheen. Voor de redactie van het Archievenblad werd ik gevraagd een kort overzicht te geven van mijn ideeën over de ontwikkeling van dit bestel. Dat artikel is het waard eveneens op deze plek te worden gepubliceerd, aangezien het onderwerp van belang is voor een grotere lezersgroep dan enkel die van het genoemde tijdschrift. De steeds digitaler wordende informatiehuishouding binnen organisaties (in principe is bijna ieder archiefdocument dat vandaag de dag wordt gegenereerd ‘born digital’) gaat mijns inziens grote gevolgen hebben voor de manier waarop de zorg en het beheer van cultureel erfgoed wordt georganiseerd.

Lees verder

Share This:

Substitutie: waarborgen voor een wettelijke regeling

Tool 7

Ontwikkeldatum
3 mei 2006

Ontwikkeld door
Van Bussel Document Services

Status
Versie 1.0

Versiedatum
3 mei 2006

Verspreiding
Vrij te gebruiken met vermelding van copyright

Copyright
Van Bussel Document Services V.O.F.

Korte introductie
Artikel 7 van de Archiefwet geeft iedere zorgdrager in principe de mogelijkheid om archiefdocumenten te vervangen door reproducties, waarbij de te vervangen documenten vernietigd kunnen worden. Dit wordt in de wet substitutie genoemd. Voor substitutie is een machtiging nodig van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of van Gedeputeerde Staten, daar waar het gemeenten en waterschappen betreft. Na substitutie nemen de reproducties de plaats in van de oorspronkelijke documenten; ze worden daarmee archiefdocumenten in de zin van de Archiefwet.

Substitutie kan enkel en alleen plaatsvinden als er sprake is van juiste en volledige weergave van de in de te vervangen archiefdocumenten voorkomende gegevens. Substitutie wordt toegepast als op papier geplaatste archiefdocumenten digitaal worden gemaakt of omgekeerd. Als daarnaast blijvend te bewaren archiefdocumenten onvoldoende duurzaamheid hebben om na honderd jaar zonder noemenswaardige achteruitgang raadpleegbaar te zijn dan is de zorgdrager verplicht tot substitutie.

Juist die termijn van ‘honderd jaar’ is een probleem; zonder organisatorische waarborgen is geen enkele gebruikte informatietechnologie in staat om aan die eis te voldoen. De enige uitzondering hier is wellicht microfilm, alhoewel vraagtekens gesteld kunnen worden bij ‘raadpleegbaarheid’. De volledige context van de archiefdocumenten gaat bij microverfilming immers verloren. Sommige papiersoorten zullen de genoemde periode ook kunnen doorstaan, maar dat geldt niet altijd voor de toners van de laserprinters of de inkt van de inktjetprinters die gebruikt worden om dat papier te bedrukken. De digitalisering heeft andere, welbekende duurzaamheidsproblemen.

De duurzaamheidsproblemen van microfilm en papier zijn in ieder geval minder dan die veroorzaakt door de digitalisering. Desondanks vindt substitutie van digitaal naar papier (formeel) niet plaats. Uiteraard worden in de praktijk voortdurend electronisch gegenereerde documenten gemigreerd naar papier (ook de uiteindelijk te bewaren documenten), maar er is nog nooit een machtiging daarvoor aangevraagd. Of er sprake is van juiste en volledige weergave van de opgenomen gegevens valt te betwijfelen. De originele archiefdocumenten worden echter vervangen door papieren exemplaren, die vervolgens als de archiefexemplaren worden beschouwd. Er is dus ontegenzeggelijk sprake van substitutie. In sommige gevallen wordt deze substitutie zelfs gestimuleerd, bijvoorbeeld daar waar de e-mail-strategie gericht is op het afdrukken van de oorspronkelijke mails. Hoewel er voor deze substituties in principe machtigingen nodig zijn, deze evenwel nooit worden aangevraagd, zou actie van de Rijks- en Provinciale archiefinspectie noodzakelijk zijn. Deze blijft echter uit.

Substitutie-aanvragen worden in de praktijk met name aangevraagd voor migraties van (grote) papieren bestanden naar digitale documentenbestanden (bijvoorbeeld bouwvergunningen). Over deze aanvragen wordt over het algemeen negatief beschikt. Hoewel bij het scannen van papieren bestanden en het maken van een image (een afspiegeling) van elk papieren document over het algemeen sprake is van juiste en volledige weergave van de opgenomen gegevens bestaat er te weinig vertrouwen in de electronische beheersomgevingen en te veel vertrouwen in de traditionele technologie van microfilm en papier om deze substituties toe te staan. Er bestaat dus een zekere inconsistentie in het omgaan met substitutie: aan de ene kant gebeurt het continue, zonder machtiging en zonder actie daartegen, aan de andere kant worden machtigingen tot substitutie niet ingewilligd, omdat er geen vertrouwen bestaat in de beheerssituatie na vervanging. Aan de ene kant voortdurende vervanging zonder machtiging, waarbij de authenticiteit van de archiefdocumenten zeer problematisch is; aan de andere kant de authenticiteit van papieren documenten voorop stellen om substitutie naar een digitale vorm tegen te houden.

Zoals eerder opgemerkt is er geen enkele gebruikte informatietechnologie die de absolute garantie kan bieden dat na honderd jaar geen noemenswaardige achteruitgang in raadpleging is te constateren. Dat betekent dat substitutie alleen dan kan plaatsvinden als de nodige maatregelen genomen worden om de raadpleging van de archiefdocumenten te waarborgen. Die maatregelen zijn voor een deel informatietechnologisch van aard, maar voor het belangrijkste deel organisatorisch van karakter. Om substitutie (en eigenlijk iedere operatie waarbij archiefdocumenten worden vervangen door eenzelfde exemplaar op een ander medium) mogelijk te maken zal een ‘gecontroleerde omgeving’ moeten worden ingericht.

Vervanging kan in principe enkel worden toegepast als de kwaliteitskenmerken van de archiefdocumenten worden gewaarborgd. Dit betekent dat authenticiteit, integriteit, controleerbaarheid en historiciteit ingevuld worden op een manier die vorm, structuur en inhoud van de vervangen archiefdocumenten behoudt. Wij hebben een wijze van aanpak ontwikkeld op basis waarvan substitutie kan worden uitgevoerd, met in acht neming van de bestaande wet- en regelgeving. Deze wijze van aanpak dient op ieder te substitueren bestand te worden toegepast.

Download bestand

Share This:

Milieubewegingen gearchiveerd

6 april 2006

Naar aanleiding van de overdracht van het archief van Stichting Natuur en Milieu aan het IISG en daarbij de overdracht van drie van de vier oprichtende organisaties is het mogelijk geworden iets te zeggen over de ontwikkeling van de archiefsystemen van deze organisaties. Zolang er nog geen verdergaand historisch onderzoek naar deze organisaties is gedaan is het moeilijk een reconstructie te maken van de archiveringssystemen in de loop van hun bestaan. De archiefsystemen van de Nederlandsche Vereeniging tegen Water-, Bodem en Luchtverontreiniging en de Contact-Commissie Natuur- en Landschapsbescherming laten duidelijk zien dat het hier gaat om kleine, particuliere organisaties. De bestuursstukken en de correspondentie waren ondergebracht in series, voor de activiteiten werden dossiers aangelegd. Opvallend was wel dat de Contact-Commissie al in een vroeg stadium een classificatie ontwierp voor de ordening van haar archief. Dit registratuurplan heeft vanaf het eind van de jaren dertig tot in de jaren zeventig gefunctioneerd. Stichting Centrum Milieuzorg heeft maar zo kort bestaan dat het alfabetisch ordenen van de correspondentie voor het grootste deel van het archief volstond. Dat gold niet voor Stichting Natuur en Milieu, opgericht in 1972 door de drie bovengenoemde organisaties en Vereniging Natuurmonumenten. Aanvankelijk werd nog de classificatie van de Contact-Commissie gebruikt, maar de toename van de activiteiten was zo groot dat die niet meer voldeed. Hoe langer hoe meer werd het archiefbeheer aan het toeval overgelaten. Nog steeds werden series van bestuurs- en andere vergaderstukken gevormd, alsmede van de uitgaande correspondentie. Het vormen van dossiers ten aanzien van activiteiten werd overgelaten aan de medewerkers zelf, waardoor grote verschillen ontstonden in de mate van toegankelijkheid van de dossiers. Alleen door de grote continuïteit in de personele bezetting van de werkorganisatie was het mogelijk een vorm van continuïteit in het archiefbeheer te behouden. Voor het ontwikkelen van daadwerkelijk archiefbeheer was de stimulans van de overdracht en het contact met een erfgoedinstelling als het IISG noodzakelijk.

Bernard Mantel

Lees verder

Share This:

De selectie van informatie: het fenomeen

6 januari 2006

Het functioneren van de Westerse samenleving is in de laatste decennia afhankelijker geworden van de exponentieel groeiende hoeveelheid beschikbare gegevens en de informatie die eraan ontleend wordt. Diverse onderzoeken die naar de groei van de informatiemassa zijn ingesteld komen uit op een groeicijfer in de jaren na 1950 van om en nabij de 10 % per jaar. Bij veel van de geproduceerde informatie past de vraag in hoeverre die bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van de organisatie. Veel van de aangeboden gegevens zijn nauwelijks bruikbaar. De informatieconsumptie, de kennisneming van alle aangeboden informatie en het gebruik ervan, blijft ver bij die groei achter. Geconfronteerd met deze enorme informatiestroom is de gebruiker niet meer in staat de herkomst, betrouwbaarheid en bruikbaarheid van die informatie vast te stellen. Daarnaast: het handelen van mensen en instellingen blijkt – na een bepaalde grens – zeer informatie-ongevoelig te zijn. De verbetering van de kwaliteit van de besluiten is verwaarloosbaar klein in vergelijking tot de hoeveelheid informatie die daarvoor wordt gebruikt. Dat heeft te maken met het feit dat de bruikbaarheid in belangrijke mate wordt bepaald door de context van de verkregen gegevens. Verder bleek dat deze grote informatiemassa enorme eisen stelde aan opslag, beheer en toegankelijkheid. Via het inzetten van innovatieve computersystemen en speciaal ontwikkelde database- en document-managementsoftware (DMS) werd ernaar gestreefd zowel het opslagprobleem de baas te worden als alle niveaus van de organisatie tijdig van relevante, correcte en noodzakelijke informatie te voorzien. Belangrijk zowel voor opslag als voor informatievoorziening is het fenomeen informatieselectie, dat de basis vormt voor een verantwoorde keuze van relevante gegevens uit de informatiemassa die de huidige samenleving produceert. Het maken van een verantwoorde keuze impliceert ook de onontkoombare vernietiging van irrelevante informatie.

Geert-Jan van Bussel


Lees verder

Share This:

Opleidingen: het alpha en omega van een professie

Opleidingen: het alpha en omega van een professie

Het is onmogelijk om de volledige ins-and-outs van een kennisdomein te beheersen. Kennisdomeinen putten uit een of meerdere wetenschappen. Deze zijn de bron van de kennis die alle beroepsbeoefenaren nodig hebben om hun werkzaamheden op een verantwoorde manier uit te voeren. Opleidingen richten zich op de basiscompetenties die studenten nodig hebben om te kunnen functioneren in de dagelijkse praktijk. De laatste decennia hebben vele kennisintensieve beroepen zich gelieerd aan een wetenschappelijke of hbo-opleiding. Denk aan accountants, organisatieadviseurs, belastingadviseurs en ICT-auditors. Beroepsverenigingen stelden certificatieprogramma’s op om te een minimaal kwaliteits- en kennisniveau te waarborgen. De opleidingen zelf werden geaccrediteerd om de kwaliteit te waarborgen. De beroepsgroepen zelf zijn aan de opleidingen verbonden via adviescommissies, opleidingscommissies e.d., en werken veelal uitgebreid samen bij het vaststellen van beroepscompetenties. De eisen die voor certificatie worden gesteld waarborgen dat de opleidingen in ieder geval een minimaal kwaliteits-niveau realiseren.
Lees verder

Share This:

Het begrip context vanuit archiefwetenschappelijk perspectief.

13 september 2005

Het begrip ‘context’ is in de jaren negentig van de twintigste eeuw in zwang geraakt binnen de archiefwetenschap. Dit betekent overigens niet dat archivarissen daarvoor niet met ‘context’ bezig waren. Ze gebruikten de term niet, maar hielden bij onderzoek van archieven altijd rekening met de omgeving waaruit het betreffende archief voortkwam. In zijn algemeenheid wordt vervolgens ook met het begrip ‘context’ de omgeving bedoeld die het archief genereert, structureert en bevraagt. Maar dit is wel een heel algemene aanduiding die niet of nauwelijks specificeert wat er nu met de term ‘context’ wordt bedoeld. Context en archief worden op verschillende manieren afgebakend (if all) en veelal worden de contextuele verschijnselen tot een omschrijving van het begrip ‘context’ gebombardeerd. De algemene omschrijving hierboven definieert het begrip ‘context’ bijvoorbeeld al op basis van datgene wat met het archief gebeurt; als definitie blijft eigenlijk alleen ‘omgeving’ over. De omschrijvingen geven dus wel aan wat tot de context van het archief moet worden gerekend, maar veelal niet wat ‘context’ zelf is. Verwarrend wordt het vervolgens als op basis van wat tot de context van het archief wordt gerekend, onderscheid wordt gemaakt in meerdere ‘contexten’.

Geert-Jan van Bussel
Ferdinand Ector


Lees verder

Share This:

Vakblindheid

Vakblindheid
Wat mij in de afgelopen jaren zo vaak is opgevallen is hoe breed ons vakgebied is. Informatiebeheer en informatieverwerking zijn domeinoverstijgend. Informatievoorziening is binnen organisaties onontkoombaar. Iedere medewerker heeft er mee te maken, is het niet om oude dossiers op te sporen dan toch wel om een ingewikkelde zoekactie via Internet uit te voeren of een documentenbase te bouwen. Informatici, bedrijfs- en bestuurskundigen, archivarissen, documentair informatieverzorgers, informatie-architecten: allen houden zich bezig met de organisatie van de informatievoorziening. En geen enkele organisatie heeft geen archief, geen databeheer, geen informatiestromen, geen informatie-architectuur.


Lees verder

Share This:

Opleiden van archivarissen

3 mei 2005

Op 8 juni vindt in Ottone in Utrecht de Algemene Ledenvergadering
van DIVA plaats. De ALV begint om 9:45 uur. Na het einde van de
vergadering, aansluitend dus, gaat het congres ‘Opleiden van
archivarissen: een gezamenlijke verantwoordelijkheid’ van de
Archiefschool van start. Tijdens dit congres staat een aantal
fundamentele vragen centraal. Zo wordt bekeken welke wensen het
archiefwezen heeft met betrekking tot de opleidingen, welke
mogelijkheden de opleidingen hebben om deze wensen te realiseren en wat
de opleidingen nu al doen om aan deze wensen tegemoet te komen.
Informatie over het programma en aanmelding vindt u op de website van
de Archiefschool.

Share This:

Archivering van databases.

3 mei 2005

Het archiveren van databases is in de discussies over digitale archivering over het algemeen een redelijk vergeten hoofdstuk. Over het algemeen komen de opvattingen er op neer dat de database in zijn geheel moet worden bewaard ofwel in het oorspronkelijke format, inclusief het databasemanagement programma dat de database heeft gegenereerd ofwel als een ASCII-bestand met veldscheiding en een uitgebreide beschrijving van de organisatorische en technische context van de database. De Uitvoeringsregeling van artikel 12 van het Archiefbesluit 1995 is wat dat betreft zelfs zeer specifiek: ‘Het oorspronkelijke opslagformaat of ASCII (flatfile, met veldscheidingstekens), vergezeld van documentatie bij voorkeur in XML-DTD over de structuur van de database (tenminste omvattende een compleet logisch datamodel met beschrijving van entiteiten); queries dienen in de vraagtaal SQL (SQL2) te worden vastgelegd’. Buiten het feit dat niet is vastgelegd welke ASCII-variant gebruikt moet worden, wordt er hierbij vanuit gegaan dat de gehele database wordt gearchiveerd. De vraag is of dat wel een juiste veronderstelling is.
Geert-Jan van Bussel

Lees verder

Share This:

Het einde van de .pst-bestanden

1 mei 2005

Voor systeembeheerders die een dagtaak hebben aan het archiveren van overvolle mailboxen is er hoop: E-mail Archiving On Demand.


Lees verder

Share This: