ZZP

In de informatiesector werken vele ZZP’ers. Velen hebben daar zelf voor gekozen. Een grote groep uit nood: een vaste baan werd verloren en de hypotheek moet worden betaald. Dat leidt tot onwenselijke si­tuaties.

In november 2016 schreef Ellen ter Gast, ZZP-docent bio-ethiek aan de Universiteit Leiden, in de Volks­krant over de opmars van ZZP’ers in het Hoger Onderwijs. ZZP-docenten zijn voordelig voor de onder­wijsin­stel­ling. Geen loonheffingen. Geen risico bij ziek­te. Alleen produc­tieve uren worden be­taald. Professionele ontwikkeling is voor rekening van de ZZP’er: die houdt immers voor eigen rekening zijn/haar vak bij. De onderwijsin­stel­ling bepaalt hoeveel uren in re­kening kunnen worden gebracht en het maximale be­drag per uur. 40 à 45 euro per uur wordt voor ZZP-do­centen ‘normaal’ geacht. Opbou­wen van een pen­sioen en een arbeids­onge­schiktheids­verze­kering wordt zo goed als onmogelijk.

ZZP-docenten worden niet eens slecht betaald: veel ZZP’ers moeten tevreden zijn met tarieven van rond 10 en 15 euro per uur. Vastgesteld door de opdrachtgever, met arbeidsomstandigheden die volledig door ‘de baas’ worden bepaald. Dat deze ZZP’ers geen ondernemer zijn staat buiten kijf. Vele nood-ZZP’ers staan in een gezagsverhouding ten opzichte van hun opdrachtgever.

Dit lijkt op de omstandigheden waaronder nood-ZZP’ers in ICT, informatieadvies of archiefwerk werken, al zijn de tarieven hier niet zó laag. Maar ook hier bepaalt niet de ZZP’er zelf, maar de opdrachtgever wat er gewenst is en wat acceptabele tarieven zijn. Rijkswaterstaat vroeg in het AD voor een klus van twee maanden een inwerkperiode van twee weken ‘tegen het nultarief’. Diezelfde instelling verlaagde meerdere malen de tarieven voor ingehuurde ZZP’ers. Bemiddelingsdiensten, koppelbazen die ZZP’ers behandelen als uitzendkrachten, snoepen 10-15% van het uurtarief van ZZP’ers op. Dat ook overheidsorganen de kosten drukken door gebruik te maken van dergelijke kapitalistische uitbuitingsconstructies is beschamend.

Op lange termijn lopen de opdrachtgevers aanzienlijke risico’s. Niet alleen omdat de wet deze schijnconstructies verbiedt of omdat ze reputatieschade oplopen. Vooral omdat ze zich zorgen moeten maken over de te betwijfelen vakinhoudelijke kwaliteit van deze onderbetaalde nood-ZZP’ers. De eisen die aan de informatiehuishouding en de gebruikte systemen daarin worden gesteld in onder andere de Algemene Verordening Gegevensbescherming vereisen hoge kwaliteit. Dat in handen leggen van mensen die het vel over de oren is getrokken en geen enkele loyaliteit naar de organisatie vertonen is uitermate risicovol. Datalekken kunnen leiden tot gigantische boetes.

De verbetering van de economie in 2017 leidt tot een afname van het aantal nood-ZZP’ers. Zij stromen weer in gewone banen in. De tarieven gaan weer stijgen. ZZP’ers kunnen als ondernemer gaan fungeren, hun eigen tarieven en werkomstandigheden bepalen, hun eigen offertes uitbrengen en een fatsoenlijk pensioen opbouwen. Dat het de opdrachtverstrekkers meer gaat kosten is duidelijk.

So what? Uitbuiting hoort niet voor te komen in dit land.

Voor de eerste keer gepubliceerd in: IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2017, nr. 8, p. 21.

Share This:

The Google Boys

Google’s opkomst en groei is een belangrijke factor in de enorme ontwikkeling van het Internet. Google slaagde in de missie om informatie beter vindbaar en toegankelijk te maken. Het werd de grootste search engine omdat het betere resultaten gaf, sneller relevante resultaten gaf dan de concurrentie en gebruikers het gevoel gaf te vinden wat ze zochten. Het algoritme is geheim, uiteraard. In 2005 maakte het Biography Channel een documentaire over de oprichters van het bedrijf, Larry Page and Sergey Brin, en dat werd tegelijkertijd ook een documentaire over het bedrijf zelf. Het is twaalf jaar oud en ontegenzeggelijk verouderd, maar is desalniettemin nog steeds zeer de moeite waard

Share This:

Zootje

De overheid staat de inlichtingendiensten toe 42 persoonlijke gegevens vast te leggen bij elke boeking van een vliegticket binnen Europa. Daar zijn gegevens bij over bij­voorbeeld ‘voedselvoorkeuren’, die geen verband hebben met het ticket dat geboekt is. Ze mogen vijf jaar worden bewaard, maar niemand weet of ze worden vernietigd. Het is een voorbeeld van het verzamelen van persoonlijke gegevens (oneerbiedig: datagraaien) waar vooral sinds we online zijn geen rem meer op lijkt te staan.

Het verzamelen van persoonlijke data is de kern van de digitale revo­lutie. We zijn uren bezig met de online verbin­dingen die het Internet biedt. Wouter van Noort schreef er een boeiend boek over: Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst. Hij beschrijft hoe we zo verslaafd zijn geraakt dat we onze ziel en zaligheid toever­trouwen aan internetbedrijven als Facebook, Twitter, Instagram, en andere.

We zijn gewillige ‘slacht­offers’ van bedrijven die gericht zijn op het bewust creëren van internetversla­ving om op basis daarvan data te verzame­len en die vervolgens te gelde te maken. Datadealers zou je die bedrijven kunnen noemen, ook al omdat ze de maatschappelijke effecten van hun handel en wandel negeren.

Onze (semi-)overheid verzamelt vrolijk mee. De onmetelijke data­stromen die de Smart City-initiatieven gene­reren waar onze overheden gretig instappen creëren Big Data (met per­soonlijke data van ca­mera’s, verkeers­lich­ten, ener­gie­meters, e.d.), die gebruikt kunnen worden om het gedrag van burgers te manipuleren en te sturen. Singapore gebruikt ze om afwijkende meningen uit te ban­nen.

Er staat nauwelijks een rem op het verza­melen, opslaan en analyseren van die data. Dat gebeurt met argu­menten als het verhogen van efficiency en vergroten van veiligheid. Gecombi­neerd met het “probleemoplos­sende ‘imago’ van de ICT”, zo stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Rege­ringsbeleid, wegen die argumen­ten zwaarder dan “transparantie, privacy, keuzevrijheid of accountability”.

In hun boek Je hebt wél iets te verbergen proberen Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis te achter­halen welke datastromen de overheid verwerkt. De conclusie is ontnuchterend. Er wordt ner­gens dui­delijk beheer ge­voerd. Het is niet bekend waar welke data wordt opgeslagen, hoe die data worden gebruikt en geanalyseerd en of die data worden vernietigd. Data stroomt van de ene database naar de andere, zonder enige transparantie. Infor­matiebeveiliging is een chaos, waardoor het verzamelen van data op zijn minst zorgwekkend is. Datalekken volgen elkaar op. Ondanks de waarschu­wende rapporten en het be­wustzijn dat het moet ver­beteren, gebeurt er weinig. De EU-databeschermingsrichtlijn (GDPR), die volgend jaar mei moet ingaan, lost dat niet op. Mis­schien dat het meer bewustzijn genereert, maar of het een rem zet op het verzamelen van persoonlijke gegevens is twijfelachtig. Regels zijn geduldig.

Al met al maakt dit ‘gegevensbeheer zootje’ de uitdrukking ‘betrouwbare overheid’ lachwekkend.

Voor de eerste keer gepubliceerd in: IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2017, nr. 7, p. 19.

Share This:

Blockchain Mania

Eind 2016 publiceerde Victoria Lemieux, associate professor aan de University of British Columbia in Vancou­ver, in het Records Management Journal een artikel over ‘trusted records’ en de rol van blockchain technolo­gie. Dat artikel kwam op een moment dat de blockchain ‘hype’ werd.

Een blockchain is een database (een register, ‘ledger’) waarin meerdere, wereldwijd ver­spreide computers sa­menwerken om versleutelde blokken informatie (‘blocks’) op te slaan. Elk nieuw blok bevat via versleutelde co­deringen (‘hashes’) ook de codering van het blok ervoor. Zo ontstaat een keten (’chain’) met volledige en on­muteerbare informatie. Bij de Bitcoin-toepassing (waarin de technologie voor het eerst gebruikt werd) is deze database publiek toegankelijk. De essentie van de technologie is dat informatie decentraal wordt bewaard, authentiek en inte­ger is en niet kan worden gemu­teerd. Ideaal voor bewijs en archivering, want de authenti­citeit, integriteit en be­reikbaarheid van de in­formatie worden gewaarborgd.

Lemieux plaatst er kanttekeningen bij. Ze bewijst de kwetsbaarheid van de block­chain voor mani­pulatie van timestamps, ongeautoriseerd toevoegen van malware computers in de distributiekanalen en problemen in het managen van digitale handtekeningen. Ze merkt op dat vele toepassingen vereisen dat de ‘origine­len’ worden bewaard om te controleren of de hashes juist zijn. Dat ver­eist de aanwezig­heid van digitale ar­chieven, be­waar­strategieën en de inrichting van een technische infrastructuur die de blij­vende toegankelijk­heid van die origi­nelen regelt. Maar dan kan juridisch bewijs ook worden gerealiseerd door de archivering van de originelen in die archiveringsomgeving, vooral om­dat de opslag daar contextueel plaatsvindt. Een blockchain doet dat in principe niet.
Daarnaast kan in een blockchain opgenomen informa­tie niet vernietigd worden waardoor de wettelijke ver­plichting tot vernietiging niet kan worden uitgevoerd. De vernietiging van de originelen (wat formeel zou moe­ten) breekt de blockchain omdat een vergelijking van de hashes van de ‘originelen’ en de blockchain niet lan­ger mogelijk is.

Dat alles doet de vraag rijzen wat het nut van die blockchain is.

Met de technologie is weinig mis. Voor archivering is een ‘private blockchain’ nodig, maar in de meeste op­los­singen is dat standaard. Er is dan beperkte toegang tot de blockchain, bij­voor­beeld de partners in een ketenor­ganisatie. Er moeten voorzie­ningen zijn voor contextueel gebruik van een blockchain en voor behoud van in­formatie, bijvoorbeeld een koppeling met een zaaksysteem, records ma­nagement applicatie of een eDepot-applicatie. Bij de meeste experimenten met blockchain-technologie is hiervan geen sprake.

De vraag wat het doel is van de blockchain wordt te weinig gesteld in de ‘mania’ om de nieuwe technologie te gebruiken. Als dat doel met traditionele database­technologie kan worden gerealiseerd, waarom dan een com­plexe blockchain gebruiken? Voor archivering de belangrijkste vraag….

Voor de eerste keer gepubliceerd in: IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2017, nr. 6, p. 33.

Opmerking
Er wordt op dit moment erg veel onderzoek gedaan naar blockchain technologie in relatie tot archivering en information governance. Op het moment van schrijven van deze column waren mij twee artikelen onbekend die twee bezwaren genoemd in deze column van een mogelijke oplossing voorzien: de mogelijkheid tot aanpassing (in het kader van vernietiging) van een blockchain en het contextualiseren van de objecten opgenomen in een chain. De volgende artikelen beschrijven mogelijke oplossingen voor beide problemen:

V.L. Lemieux, M. Sporny, ‘Preserving the Archival Bond in Distributed Ledgers: A Data Model and Syntax’, Proceedings of the 26th International Conference on World Wide Web Companion WWW ’17 Com, Perth, Australia, April 3-7, 2017, pp. 1437-1443. Klik hier voor download.

G. Ateniese, B. Magri, D. Venturi, and E. Andrade, ‘Redactable Blockchain – or – Rewriting History in Bitcoin and Friends’, 2017 IEEE European Symposium on Security and Privacy (EuroS&P), Paris, April 26-28, 2017, pp. 111-126. Klik hier voor download (de PDF betreft een uitgebreidere versie dan de gepubliceerde versie).

Beide mogelijkheden zijn nog niet geïmplementeerd binnen bestaande blockchain oplossingen.

Share This:

Warped priorities in the Information Age

In de tijd van Twitter kan informatie en kennis sneller plaatsvinden dan ooit tevoren. Hoe gebruiken we echter dit communicatiekanaal? Zoals de samensteller van deze infographic aangeeft: ‘Well, we mostly use it to talk about a bunch of useless crap’. Beetje sterk uitgedrukt, maar het geeft (voor de US in ieder geval voor wat betreft 2013) enkele voorbeelden die dat wel bevestigen. Interessante infographic, die vastlegt wat wel veelal het gevoel is bij deze social media.

Share This:

Data never sleeps

Domo presenteerde voor de vijfde keer de ‘Data Never Sleeps 5.0’ infographic. De infographic geeft een visueel overzicht van het online gedrag van de internetgebruikrs. De infographic laat zien hoeveel data elke minuut online gegenereerd worden op de populaire platformen, zoals Snapchat, Instagram, Amazon, Twitter, Netflix, Spotify en anderen. Domo introduceerde deze infographic voor het eerst in 2013, als een snapshot in het volume en de snelheid waarin data online worden gegenereerd en gedeeld.

Share This:

The Blockchain and Us

Ga een half uur lang zitten en luister kijk naar deze documentaire uit 2017. Het vertelt over de transformerende kracht van de Blockchain. De intro op de site van het project vertelt het als volgt: ‘Economist and filmmaker Manuel Stagars portrays this exciting technology in interviews with software developers, cryptologists, researchers, entrepreneurs, consultants, VCs, authors, politicians, and futurists from the United States, Canada, Switzerland, the UK, and Australia. How can the blockchain benefit the economies of nations? How will it change society? What does this mean for each of us? The Blockchain and Us is no explainer video of the technology. It gives a view on the topic, makes it accessible and starts a conversation about its potential wider implications in a non-technical way. The film deliberately poses more questions than it answers’.

Share This:

Big Data: Biomedicine

Een korte film van ongeveer 20 minuten over de effecten van big data op de ontwikkeling van biomedisch onderzoek. Digitale data worden verzameld en geanalyseerd. De structurering, het delen en het analyseren van deze data zijn cruciaal voor de toekomst van de geneeskunde. Een snelle blik in de ontwikkelingen en de toepassing van big data analyse in biomedische gegevens.

 

Share This:

E-Depot

De lezers van deze columns weten dat ik niet onder de indruk ben van de wijze waarop overheidsorganen om­gaan met informatie. Digitale archieven zijn bij een groot deel van de over­heidsorganen niet op orde. In 2014 toonde ICTU dat al aan. Bestuurders zien het pro­bleem. Begin 2015 verspreidde een aantal burgemeesters een brand­brief met de boodschap dat de overgang van papier naar digitaal te on­door­dacht is doorgevoerd. Ze schrijven dat ‘bij digitale informatie al bij het ont­staan na­gedacht te worden over de archivering’. Dat gebeurt bijna nergens. De schrijvers vinden dat de informatiehuishouding op orde moet wor­den gebracht, waarna een e-depot moet worden ingericht om te voorkomen dat de eerste decennia van deze eeuw de slechtst gedocu­menteerde ooit zullen worden.

De term e-depot wordt gebruikt in veel verschillende betekenissen. De formele omschrij­ving (uit de richtlijn Eisen Duurzaam Digitaal Depot, ED3) stelt dat het gaat om ‘het geheel van organisatie, beleid, processen en procedures, financieel beheer, perso­neel, databeheer, databeveiliging en aanwezige hard- en software, dat het duurzaam beheren van te bewaren digitale archief­bescheiden mogelijk maakt’. Die omschrijving wijst op een organisatie, die een digitaal archief beheerd. In de dagelijkse praktijk wordt niet over een organisatie gespro­ken, maar over een technische oplossing. Vreemd, want een e-depot is geen tech­nisch pro­bleem.

Wie is eigenlijk het e-depot? Het zijn vooral de archiefdiensten die zich zo positioneren. Maar is dat wel zo? Elke overheidsorganisatie kan een e-depot zijn als de eisen worden ingevuld. Als er dus een digitale beheer­omgeving is die de wette­lijke vereisten waarborgt voor context, authenticiteit, metadatering en toeganke­lijkheid. Als die beheeromgeving onderdeel is van een kwaliteitssysteem. Als het bestuur van de organisatie die beheeromgeving aan­gewezen heeft voor blijvende digitale bewaring. En als er gecontroleerde toe­gang is tot openbare informatie. Dick Bunskoeke wees daar al op in 2013.

Die interpretatie maakt meer opties voor digi­tale bewaring mogelijk dan alleen een archiefdienst. Een ge­meente zou bijvoorbeeld block­chain-technologie kunnen inzetten om archieven te bewaren. Een commercieel bedrijf zou een digitale beheeromgeving in de cloud kunnen inrichten die door een gemeente wordt aangewe­zen als bewaarplaats. Digitale toegankelijkheid voor lange tijd kan buiten een archiefdienst om geregeld wor­den.

Als de wettelijke eisen maar worden ingevuld.

De discussie dient over iets anders te gaan dan techniek, namelijk over de archiefdiensten in het archiefbestel. Spe­len ar­chiefdiensten daarin een rol en welke is dat dan? Heeft het huidige bestel en de huidige wetgeving nog toekomst? Vindt er tijdens de digitale revolutie ook een bestelrevolutie plaats? Dat is een politieke dis­cussie, geen vakinhoudelijke. Maar het is wel de discussie die moet worden gevoerd!

Blijven praten over e-depots als technische voorziening is alleen maar gerommel in de marge.

Voor de eerste keer gepubliceerd in: IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2017, nr. 5, p. 34.

Share This:

Bananenrepubliek

De ambities zijn torenhoog. De beloften fabuleus. De realiteit dramatisch.

Dat is informatietechnologie binnen (semi-)overheidsorganisaties.

IT-treurnis alom.

In februari 2017 sprak het FD over het Kadaster, waar de toegangsbeveiliging niet op orde is, waar historische gegevens kunnen worden gewijzigd en waar gebruik gemaakt wordt van onveilige nauwelijks ondersteunde besturingssystemen. Zembla maakte melding van (opnieuw) problemen bij de Belastingdienst, waar de autorisatie dusdanig slecht is geregeld dat identiteitsfraude mogelijk is, toegang tot gegevens van belastingbetalers niet wordt gecontroleerd en waarbij persoonlijke gegevens (mogelijk) mee naar huis zijn genomen. Volgens een onderzoek van Women in Cybersecurity naar 97 ziekenhuizen bleek dat een groot deel ervan persoonsgegevens via de webformulieren op hun websites niet beveiligt. In maart bleek (volgens RTV Rijnmond) dat binnen de gemeente Rotterdam de beveiliging van persoonsgegevens tekortschiet, e-mailcorrespondentie eenvoudig kan worden ingezien en wachtwoorden zo ongeveer op straat liggen. Dat kan worden aangevuld met problemen in de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Kampen, Leiden en Zwolle. En als klap op de vuurpijl krijgt volgens het AD de Nationale Politie het ‘nieuwe’ archiefsysteem Documentum niet werkend, ondanks een investering van 51.000 manuren, 12,7 miljoen euro aan licentiekosten en onderhoud en 2,5 miljoen euro voor het in bedrijf houden van het ‘oude’ archiefsysteem.

Het is een onthutsend overzicht.

Woordvoerders proberen er het beste van te maken, maar de naïviteit spat ervan af. Een woordvoerder van de politie bijvoorbeeld stelde dat de verwachting was een ‘kant-en-klaar systeem’ te krijgen, maar toen bleek dat het nog volledig moest worden ingericht. Wat bij de (ongetwijfeld) kostbare aanbesteding toch minimaal duidelijk had moeten worden, lijkt mij.

Dergelijke naïviteit is onvergeeflijk bij zoveel verspilling van publiek geld.

Alle rapporten over overheids-ICT van de afgelopen jaren (zoals het rapport-Elias van 2014) maken duidelijk dat ICT goed gestuurd moet worden, verstandig moet worden gebudgetteerd en qua ambities getemperd. En die, voeg ik eraan toe, niet voortdurend moet worden overspoeld met ‘nieuw beleid’ dat aanzienlijke wijzigingen vereist terwijl eerder vereiste wijzigingen nog niet eens zijn verwerkt.

Dat alles gebeurt niet.

De realiteit is hard. Veel ICT-ontwikkelingen kunnen niet eens worden verwerkt. Bijna alle overheidsorganisaties werken met grote, veelal verouderde, centrale administratieve systemen die te complex geworden zijn om te vervangen. Het zijn vaak lokale knutselwerkjes, wemelend van slecht maatwerk, met veel verlopen licenties, software die niet langer wordt ondersteund en verouderde infrastructuren.

Dat is niet te veranderen met ambitie en beloften. Dat vraagt (heel veel) geld, tijd en talent.

Anders blijven we een ICT-bananenrepubliek.

Voor de eerste keer gepubliceerd in: IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2017, nr. 4, p. 35.

Share This:

Geloof

‘There are facts, and there are beliefs, and there are things you want so badly to believe that they become as facts to you’.

Julie Beck, een redacteur van The Atlantic, ging op 13 maart in op het verschijnsel dat ‘geloven dat iets waar is’ een belangrijke rol speelt bij de ontkenning van ‘undeniable facts’. In de psychologie wordt dat cognitieve dissonantie genoemd, de spanning die ontstaat bij het horen van feiten of opvattingen of het vertonen van gedrag, strijdig met eigen overtuigingen, waarden en normen.

De sociaal-psycholoog Leon Festinger beschreef dit verschijnsel, samen met zijn collega’s Henry Riecken en Stanley Schachter, al in 1957 in When Prophesy Fails. Dat boek begint met de regel dat ‘A man with a conviction is a hard man to change. Tell him you disagree and he turns away. Show him facts or figures and the questions your sources. Appeal to logic and he fails to see your point’.

Sociale media maken het verschijnsel endemisch omdat we alleen berichten zien die aansluiten bij wat we denken, voelen en accepteren. We willen geen berichten zien of horen waar we het bij voorbaat niet mee eens zijn. De psycholoog Tom Gilovich stelt dat het de menselijke wil is die bepaalt of iets als informatie kan worden geaccepteerd. Als het niet past bij persoonlijke overtuigingen wordt het genegeerd, zeker als de communities waartoe je behoort of wilt behoren dat ook doen.

Het woord van het jaar 2016 is volgens Oxford Dictionaries ‘post-truth’, de waarheid van objectieve informatie kan worden ontkend als emotie en persoonlijke overtuiging aangeven dat het niet waar is. Informatie wordt tot wat de dogma’s van sociale groe­pen willen dat het is. Hoe intelligenter, hoe gevoeliger iemand is in dit soort gedrag te vervallen omdat beter kan worden beredeneerd waarom objectief juiste informatie subjectief toch onjuist is. Het geloof hééft (ondanks alles) gelijk. Het gaat in tegen alles wat de Verlichting ons heeft geleerd, waardoor een van de pijlers van de Westerse beschaving begint te scheuren.

Objectief onderzoek wordt eigenlijk onmogelijk. Want een onpartijdige aanpak is altijd tegen het zere been van de aanhangers van de standpunten, meningen en overtuigingen die worden besproken en die elk denken dat hun informatie beter, objectief en waar is. Binnen het sociaal-psychologische krachtenveld van de ‘post-truth’-tijd zijn we de waarheid voorbij. Juistheid of onjuistheid van informatie speelt geen enkele rol. Het gaat om de subjectieve waardering daarvan binnen de dogma’s van de communities waartoe we behoren.

Het is de globale adoptie van de Nederlandse Verzuiling, waarbinnen de ‘eigen waarheid’ van informatie bepaald werd op basis van het geloof (normen, waarden en dogma’s) van de maatschappelijke ‘zuil’ waartoe men behoorde. Het isolationisme van de huidige geloven gaat gevolgen hebben voor het denken over informatie.

Voor mij zal het woord van het jaar 2017 ‘informatie isolationisme’ zijn….

Voor de eerste keer gepubliceerd in: IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2017, nr. 3, p. 24.

Share This:

Three Keys to Digital Preservation: Management, Technology, and Content.

Dit is een webinar van Edward Corrado en Heather Moulaison Sandy dat de basisprincipes van digital preservation onderzoekt en bespreekt, beginnend met een omschrijving van wat het is. Ze bespreken vervolgens de drie fundamentele en intergerelateerde facetten van digital preservation: management, technologie, en content. Het webinar kijkt ook naar de levensloop van digitale objecten, waar op gelet moet worden als preservaeringsprojecten worden opgestart, duurzame technieken en de beschikbare modellen en technische resources die beschikbaar zijn. Het webinar duurt een uur, maar geeft in een kort bestek een vrij volledig overzicht van de stand van zaken.

Share This:

Lost Forever: The art of film preservation

Een korte documentaire (van ongeveer een half uur) over de ins en outs van het preserveren van films. Interessante documentaire van Gravitas Docufilms uit 2011. Zeer de moeite waard!

Share This:

Big Data Revolution

Big Data in a nutshell! Een PBS documentaire over Big Data en wat er mee kan, wat de prijs is die daarvoor moet worden betaald en hoe niet-democratisch gecontroleerde partijen kunnen doen en laten wat ze willen. Tenminste, daar lijkt het op…..

Share This:

Onwaardig

In 2020 worden wetenschappelijke artikelen van Nederlandse universiteiten en hogescholen vrij toegankelijk. De betaalmuren die de uitgevers om hun wetenschappelijke tijdschriften optrekken zijn een belemmering voor innovatie. Daarnaast moeten universiteiten veel betalen (ongeveer veertig miljoen euro per jaar) voor artikelen die hun eigen wetenschappers geschreven en ge-reviewed hebben. Een prijs zetten op raadpleegbaarheid kan in deze Open Access niet meer. Vooral de overheid staat op het standpunt dat als onderzoek met publiek geld wordt betaald het dus gratis toegankelijk moet zijn. Een curieus argument. Rijksmusea moeten dus gratis betreden kunnen worden?

Nederland kiest als gidsland exclusief voor Open Access volgens de ‘gouden route’. Deze ‘route’ ruilt het abonnementsmodel in voor een article processing charge (APC), waarbij een onderzoeker vooraf een uitgever betaalt om een artikel te publiceren. Na publicatie is het gratis online raadpleegbaar. Deze vorm van Open Access zet een prijs op de publicatie van artikelen, waardoor de uitgeverijen hun omzet veilig kunnen stellen.

APC’s variëren, maar bedragen van € 1.500 of €2.000 euro zijn niet extreem. Niet voor niets is er een hausse aan ‘spooktijdschriften’ ontstaan. Ook bij ‘goede’ tijdschriften kan een APC de kwaliteit ondermijnen. Marcel Dicke, een hoogleraar van Wageningen Universiteit, werd als gastredacteur overruled toen hij een artikel dat zeer slecht uit de review kwam wilde afwijzen, blijkbaar omdat er al betaald was.

Het wordt niet goedkoper. Nederlandse onderzoekers publiceren ongeveer 38.000 artikelen op jaarbasis (OC&W in cijfers). Uitgaande van een gemiddelde APC van € 1.500 komt dat op een jaarlijkse kostprijs van 57 miljoen euro. Dat is bijna een verdubbeling van het jaarlijkse abonnement dat bij de uitgevers moet worden betaald. Andere Open Access-modellen, zoals de ‘groene route’, zijn aantoonbaar vele malen goedkoper.

Dat de ‘gouden route’ inherent discriminatoir is, is erger. Wetenschappers van armere universiteiten wordt het moeilijker gemaakt om te publiceren. Met ‘free waivers’ wordt ge­tracht dat effect te verminderen. Het model zelf is echter discriminatoir en ‘free waivers’ zijn afhankelijk van willekeurig omzet-gerelateerd denken. Een prijs op raadpleegbaarheid is met allerlei legale (en illegale) methoden te omzeilen. Een prijs op publiceren is moeilijker te ontlopen.

De winst van Open Access is dat iedereen wetenschappelijke artikelen gratis kan inzien. Een onderzoek van de Koninklijke Bibliotheek geeft aan dat dat ongeveer 25 % meer lezers oplevert.

Dat is mooi, maar zorgen dat iedereen lid kan worden van een universiteitsbibliotheek lost dat ook op. Dat de abonnementen van de uitgevers dan duurder worden staat buiten kijf, maar een maandelijks lidmaatschapsgeld kan die pijn verzachten.

Als gidsland een discriminatoir model omarmen is Nederland echter onwaardig.

Voor de eerste keer gepubliceerd in: IP. Vakblad voor Informatieprofessionals, 2017, nr. 2, p. 27.

Share This:

Opslag van data in DNA

“DNA digital storage” verwijst naar elke mogelijkheid om digitale data op te slaan in DNA, dat is geproduceerd door gebruik te maken van “commercially available oligonucleotide synthesis machines for storage and DNA sequencing machines for retrieval”. Het opslagsysteem in DNA is veel compacter dan de huidige magnetische tape of hard drives, omdat de dichtheid van DNA vele malen groter is. Het heeft ook een erg lang leven, zodat de data in stand blijven, tenminste zolang het DNA op een koude, droge en donkere plaats wordt beheerd. Aangezien DNA een universeel en fundamenteel biologisch opslagmechanisme is, is de kans op onleesbaarheid van het medium in de toekomst niet zo heel erg groot (afhankelijk uiteraard van de bewaarcondities). Onderzoekers noemen de opslagmethode “apocalypse-proof” omdat “after a hypothetical global disaster, future generations might eventually find the stores and be able to read them.” Het is echter ook een erg langzame methode want “the DNA needs to be sequenced in order to retrieve the data”. De methode is dus vooral interessant voor data die een lage retrieval graad hebben, weinig worden gebruikt dus, zoals grote hoeveelheden wetenschappelijke data of “long-term archival data”. Over dat laatste s te discussiëren, maar een interessante opslagmethode is het in ieder geval.
Hieronder staat een korte presentatie van Nick Goldman, van het European Bioinformatics Institute, waarin het hele procede van DNA opslag uit de doeken wordt gedaan. Zeer interessant en het kijken waard. Het duurt iets langer dan een kwartier en de kijker weet dan in ieder geval meer dan dat het erg duur is.

Share This:

The Joy of Data

In deze BBC documentaire verkent de wiskundige Dr Hannah Fry de wereld van data, de wijze waarop het wordt verzameld, opgeslagen, gedeeld en van betekenis voorzien. De ‘Joy of Data’ is over het ontdekken van patronen. Fry ziet data als de brug tussen de gewone, fysieke wereld en de geordende wereld van de wiskunde, waar alles gevangen kan worden in wiskundige vergelijkingen en formules. Het gaat over de verbinding tussen Scrabble en online streaming, verklaart waarom melkkoeien stappenmeters om hebben en onthult het netwerk achter Wikipedia. Fry benadrukt de rol van Claude Shannon, die een manier bedacht om informatie te digitaliseren. Het op een voetstuk plaatsen van Shannon slaat door, maar het blijft een mooie en interessante documentaire. Fry concludeert uiteindelijk dat ondanks alles de mens nodig zal zijn om data betekenis te geven.

Share This:

National Geographic Channel’s Worlds Smart Cities: San Diego

National Geographic Channel “features San Diego as the only U.S. city in its acclaimed documentary series World’s Smart Cities. San Diego was chosen for its strong technology sector, local innovators, green practices, smart public planning and an unparalleled quality of life. Other selection factors included San Diego’s size of population, demographics/cultural diversity, livability, economy and business climate, educational institutions, leadership and strong sense of community.”
De documentaire is een verkenning van de in grootte achtste stad van de Verenigde Staten, waar technologie, talent en innovatie een nieuwe stedelijke omgeving scheppen, een die “will emerge as a leading city in the 21st century.”
De documentaire duurt ongeveer 50 minuten en geeft een goed beeld van waar met het predicaat “smart city” op gedoeld wordt.

Share This:

History of Virtual Reality

Virtual Reality is hot! Nu de smartphone een centrale rol gaat spelen in virtual reality scenario’s is het interessant eens te zien hoe de geschiedenis (hoe kort ook) van dat fenomeen er uit ziet. Een korte documentaire die dat verleden uit de doeken doet.

Share This:

The five components of Data Governance

Een infographic over de stadia van data governance (of information governance). Interessante aanpak die erg praktisch kan werken in vele overheidsorganen!

Share This: